Gebruikerslogin

Inloggen



Registreer
Wachtwoord vergeten?

Orientatie en begeleiding

LOB ondersteunt leerlingen op korte termijn om een bewuste keuze te maken voor sector of profiel, vakkenpakket en vervolgopleiding. In de begeleiding van dit keuzeproces staat het ontwikkelen van loopbaancompetenties centraal. Deze helpen leerlingen om de eigen 'flexibele' loopbaan steeds meer zelfstandig te sturen nu en in de toekomst.

Om loopbaancompetenties te ontwikkelen is het van belang een krachtige (loopbaangerichte) leeromgeving met de volgende onderdelen te creëren:

  • (praktijk)ervaringen opdoen zodat leerlingen eerste stappen zetten in het verkrijgen van een realistisch opleidingsbeeld én beroepsbeeld
  • over deze ervaringen in gesprek gaan mét leerlingen (loopbaangesprek voeren) om de ervaringen betekenis te geven en vervolgstappen te bepalen
  • realistische keuzemogelijkheden bieden op basis van (praktijk)ervaringen en het loopbaangesprek.

De inhoud van loopbaanoriëntatie en -begeleiding

Het ontwikkelen van loopbaancompetenties is van belang voor leerlingen, omdat ze daarmee nu en in de toekomst zelf sturing leren geven aan hun loopbaan. Samenhangende LOB activiteiten en loopbaangesprekken helpen leerlingen om deze loopbaancompetenties te ontwikkelen. Hieronder een toelichting op de loopbaancompetenties in relatie tot activiteiten die de leerling kan ondernemen.

  • Bij Kwaliteiten- en motievenreflectie reflecteert de leerling aan de hand van zelf verzamelde informatie (vanuit o.a. (praktijk)ervaringen) op wat hij/zij kan en wil. Het draait hier om waar de leerling binnen leven, leren en werk waarde aan hecht of interesse voor heeft.
  • Bij opleidings- en werkexploratie gaat de leerling actief onderzoeken welke onderwijsmogelijkheden er bij hem/haar passen, om zo de overgang en doorstroom te bevorderen. In de activiteiten die aangeboden worden is het van belang dat leerlingen een zo realistisch mogelijk opleidings- en beroepsbeeld ontwikkelen. Wat betekent dat zowel voorlichtende als ervaringsgerichte activiteiten van belang zijn. Denk aan stagelopen, in het kader van profiel/sector-werkstuk waarin de leerling ook met de eigen loopbaan aan de slag gaat, proefstuderen, meeloopdagen, voorlichting en mentoring door studenten.
  • Bij Loopbaansturing leert de leerling kiezen, beslissingen maken, en zelf zijn/haar droom, als plan ter hand te nemen. Leren omgaan met veranderingen en onzekerheid komt hierbij nadrukkelijk aan de orde.
  • Bij Netwerken leert de leerling, het belang van, het aangaan en onderhouden van contacten als hulpbronnen bij het succesvol doorlopen van opleidingen en het zoeken van stage of werk.

Bij het opstellen van activiteiten en het voeren van loopbaangesprekken om leerlingen te ondersteunen op het gebied van loopbaanoriëntatie is het van belang om actuele inzichten en onderzoeksresultaten te benutten.

Vakoverstijgend vinden loopbaangesprekken plaats. Het loopbaangesprek heeft voor de leerling meerdere doelen:

  • verder ontwikkelen van loopbaancompetenties;
  • versterken van de 'self efficacy';
  • onderzoeken van de persoonlijke situatie en deze meenemen bij de afwegingen rond loopbaan en of vervolgstudie.

De vorm van loopbaanoriëntatie en -begeleiding in het curriculum

LOB-activiteiten komen in de school zowel in individuele als in groepsactiviteiten aan de orde.

Naast speciaal geprogrammeerde activiteiten, al dan niet in het mentoruur, besteedt iedere vakdocent aandacht aan de relatie van zijn vak met beroepen en opleidingen. Dat kan met: opdrachten uit de gebruikte methode, video- en online filmpjes, excursie, interview, gastlessen, etc.

Jaarlijks, op ingeroosterde momenten, is er ruimte voor persoonlijke begeleiding van de leerlingen, bijvoorbeeld in de vorm van een of meerdere gesprekken. De leerling kan bovendien zélf een persoonlijk gesprek aanvragen.

Van belang is om LOB ook juist geïntegreerd aan te bieden in het onderwijscurriculum. Dit kan vakoverstijgend of buitenschools, in samenwerking met externe partijen. Daarbij staat 'zicht krijgen op jezelf, je mogelijkheden en wensen voor de toekomst' centraal, om zo overgang en doorstroom binnen de school en naar vervolgonderwijs te stimuleren.

Havo/vwo kan gebruikmaken van studie- of werkgerelateerde programma's als maatschappelijke stage, profielwerkstuk, 'workshadowing', praktische profieloriëntatie, Havisten Competent, Universumproject, Technasium, etc.

In het vmbo hebben leerlingen de mogelijkheid tot, bijvoorbeeld, maatschappelijke stage, praktische sectororiëntatie, sectorwerkstuk, werkplekkenstructuur, etc.

Krachtige (loopbaangerichte) leeromgeving

In de school wordt een krachtige (loopbaangerichte)leeromgeving ingericht (3) (4) waarin leerlingen optimale mogelijkheden hebben om loopbaancompetenties te ontwikkelen om sturing te geven aan de eigen loopbaan. Dit wordt gerealiseerd door activiteiten en begeleiding passend op elkaar af te stemmen en rekening te houden met onderstaande kenmerken:

  • Praktijknabij, functioneel en levensecht: Het leren wordt voor een belangrijk deel gestuurd door realistische problemen in praktijk of theorie met concrete casussen en een 'echte' probleemeigenaar. Dit maakt de transfer van theorie naar praktijk en omgekeerd mogelijk.
  • Actief, participatief/vraaggestuurd: De leerling heeft (mede)zeggenschap over het eigen leerproces en heeft echte keuzemogelijkheden: het aanbod in de leeromgeving en de behoeften van de leerling(en) zijn in balans. Zo kan de leerling op een interactieve en op integratie gerichte wijze met de leerinhoud omgaan. 
  • Reflectief en dialoog: De leerling reflecteert op de persoonlijke ervaringen en gemaakte keuzes. Enerzijds verbindt de leerling die met eigen kwaliteiten en motieven, anderzijds met waarden en mogelijkheden die voorkomen in leren en stage. De begeleiding hierbij is gebaseerd op wederzijds vertrouwen, wat betekent dat de uitvoerder/begeleider mét de leerling praat.

3) Lodewijks, J. (1995). Leren in en buiten de school; op weg naar krachtige leeromgevingen. In R. Verwayen-Leijh & F. Studulski (red.), De leerling en zijn zaak (p. 21-57). Utrecht: Adviesraad voor het Onderwijs.
4) Kuijpers, M., F. Meijers & Bakker, J. (2006). Krachtige loopbaangerichte leeromgeving in het (v)mbo: hoe werkt het (p. 69)? Driebergen: HPBO.


Externe partijen Ouders en verzorgers Professionalisering Rollen en taken in de school Determinatie en advisering Krachtige (loopbaangerichte) leeromgeving De vorm van LOB in het curriculum Inhoud van LOB Een LOB-werkplan Beleid Draagvlak en leiderschap Visie op en doel(en) van LOB – rationale